Het stigma rond PTSS in de militaire wereld
Stel je voor: je komt net terug van een uitzending. De koffers staan nog in de gang, je hebt eindelijk weer normaal eten op tafel en toch voelt alles anders.
Je hoofd maakt overuren, maar je lichaam doet alsof er niets aan de hand is. In de militaire wereld is dat een bekend verhaal. Posttraumatische stressstoornis, of kortweg PTSS, is een veelvoorkomend probleem bij soldaten. Maar er is een groter probleem dan de stoornis zelf: het stigma.
Het stilzwijgen, de schaamte en de angst voor oordeel houden mannen en vrouwen tegen om hulp te zoeken. En dat is gevaarlijker dan je denkt.
Wat is PTSS eigenlijk?
PTSS is een angststoornis die ontstaat na het meemaken van een of meer traumatische gebeurtenissen. Denk aan gevechtssituaties, ontploffingen of het verliezen van kameraden. Het is een normale reactie van je brein op abnormale situaties.
Het lichaam schakelt over op overlevingsmodus en soms schakelt die modus niet meer uit.
Klachten kunnen zijn: nachtmerries, herbelevingen, vermijdingsgedrag, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. Het is niet zwak.
Het is een logisch gevolg van wat er is gebeurd. Toch voelt het voor veel militairen alsof het hun schuld is.
De cultuur van stoerdoen
De militaire cultuur is gebouwd op discipline, moed en saamhorigheid. Soldaten worden getraind om sterk te zijn, om door te gaan en om kwetsbaarheid weg te stoppen.
In de training hoor je constant: "Doorzetten", "Niet zeuren", "Door de pijn heen". Dat is nuttig tijdens een missie, maar het kan een enorme valkuil worden in het dagelijks leven.
De impact van hiërarchie
Als je jarenlang hebt geleerd om emoties te onderdrukken, is het moeilijk om ineens wel om hulp te vragen. Veel militairen denken dat ze tekortschieten als ze psychische klachten melden. Ze vreken dat ze zwak worden gevonden door hun collega's, hun leidinggevenden of hun familie. In de krijgsmacht is de hiërarchie duidelijk.
Een soldaat rapporteert aan een sergeant, een sergeant aan een officier. Die structuur is essentieel voor functioneren onder druk, maar het kan een drempel zijn voor openheid.
Als je baas bepaalt of je carrièrekansen krijgt, wil je niet dat die baas denkt dat je "instabiel" bent. Er is nog steeds de angst dat een PTSS-diagnose je toekomstige missies of promoties in de weg staat. Hoewel defensie zegt dat psychische klachten geen belemmering hoeven te zijn, blijft de praktijk soms anders.
Cijfers die niet liegen
De werkelijkheid is harder dan veel mensen denken. Onderzoek toont aan dat ongeveer 15 tot 20 procent van de militairen na een uitzending klachten ontwikkelt die passen bij PTSS.
Bij specifieke eenheden, zoals mariniers of parachutisten, liggen die cijfers soms nog hoger.
Defensie meldt zelf dat duizenden medewerkers jaarlijks te maken krijgen met psychische klachten. Toch blijft het aantal officieel gemelde PTSS-gevallen achter bij de werkelijkheid. Veel soldaten wachten jaren met melden of doen het helemaal niet. De schatting is dat maar een klein deel van de mensen die hulp nodig heeft, die ook daadwerkelijk op tijd krijgt.
Angst voor de gevolgen
Waarom melden zoveel militairen zich niet ziek? De belangrijkste reden is angst.
Angst voor de reactie van collega's, angst voor een aantekening in het dossier, angst voor ontslag of het verliezen van hun wapenvergunning.
Sommige soldaten vrezen dat ze niet meer mee mogen op missie of dat ze een "lastige" medewerker worden. Ook de sociale druk speelt een rol. In een groep waar je je kwetsbaarheid toont, loop je het risico uit de groep te vallen. Het idee dat je "niet meer bij de club hoort" is voor veel militairen erger dan de klachten zelf.
Stigma door onbegrip
Onbegrip van de omgeving versterkt het stigma. Soms hoor je opmerkingen als "Je bent toch niet onder vuur genomen?
Doe niet zo dramatisch" of "Anderen hebben het erger meegemaakt". Zelfs van vrienden en familie kan onbedoeld onbegrip komen.
Mensen die nooit een uitzending hebben meegemaakt, kunnen zich moeilijk voorstellen wat het betekent om in een constante staat van paraatheid te leven. Het gevolg is dat soldaten zich nog eenzamer voelen. Ze praten niet meer over hun ervaringen, waardoor de klachten alleen maar erger worden.
Waarom hulp zoeken moeilijk is
Bij defensie is hulp beschikbaar. Er zijn bedrijfsartsen, psychologen en speciale traumateams. Toch is de stap naar die hulp groot.
Het proces voelt formeel en soms onpersoonlijk. Een afspraak maken betekent dat je je moet verantwoorden.
Bovendien is er wachtlijst, waardoor soldaten langer rondlopen met klachten. Ook is er soms wantrouwen over de onafhankelijkheid van de zorg.
Vinden artsen binnen defensie wel de balans tussen het belang van de militair en het belang van de organisatie? Dit soort vragen houden mensen thuis.
De rol van leidinggevenden
Leidinggevenden zijn cruciaal in het doorbreken van het stigma. Een commandant die open praat over psychische klachten, geeft het signaal dat het veilig is om hulp te zoeken.
Als een sergeant vertelt dat hij zelf ooit bij een psycholoog heeft gezeten, voelt een jonge soldaat zich minder alleen. Steeds meer leidinggevenden begrijpen hun rol hierin, ook voor kinderen van veteranen die opgroeien met PTSS. Trainingen over mentale veerkracht en herkenning van klachten worden steeds normaler.
Toch is het nog niet overal goed geregeld. In sommige eenheden heerst nog steeds de oude cultuur van "doorbijten en zwijgen".
Positieve veranderingen
Gelukkig is er beweging. Defensie investeert meer in mentale zorg en actieve zelfmoordpreventie onder veteranen.
Programma's zoals "Mentale Veerkracht" en "Sterk in je werk" worden breed uitgerold. Ook organisaties zoals het Veteraneninstituut en Het Rode Kruis bieden laagdrempelige hulp. Er komen steeds meer ervaringsverhalen van veteranen met PTSS die open zijn over hun mentale strijd.
Bekende Nederlanders met een militaire achtergrond, zoals范德哈尔 (范德哈尔 is een bekende Nederlandse militair en auteur), delen hun ervaringen.
Deze verhalen helpen om het taboe te doorbreken. Ze laten zien dat hulp zoeken geen zwakte is, maar juist kracht.
Wat kan nog beter?
Er is nog een lange weg te gaan. Ten eerste moet de wachtlijst voor psychologische zorg korter.
Soldaten kunnen niet maanden wachten op hulp. Ten tweede moet de voorlichting beter. Veel soldaten weten niet welke hulp er is of hoe ze die moeten bereiken.
Ten derde moet de cultuur veranderen. Dat begint bij de basisopleiding. Als rekruten vanaf dag één leren dat mentale gezondheid net zo belangrijk is als fysieke fitheid, groeit er een nieuwe generatie militairen die anders omgaat met stress en trauma.
Conclusie
Het stigma rond PTSS in de militaire wereld is een hardnekkig probleem. Het zit diep verankerd in de cultuur, de hiërarchie en de angst voor oordeel.
Maar er is hoop. Steeds meer militairen vinden de moed om te praten.
Steeds meer leidinggevenden begrijpen hun verantwoordelijkheid. En steeds meer organisaties bieden goede zorg. Als we willen dat soldaten sterker terugkomen van uitzendingen, moeten we het zwijgen doorbreken.
Want zwijgen is geen kracht. Zwijgen is een last. En die last is te zwaar om alleen te dragen.
