Samenwerking met het Afghaanse leger en politie

Portret van Jeroen van Dijken, oorlogshistoricus over VN-vredesmissies.
Jeroen van Dijken
Oorlogshistoricus gespecialiseerd in VN-missies
Afghanistan missie Uruzgan · 2026-02-15 · 10 min leestijd

Stel je voor: je bouwt twee jaar lang aan een huis. Je geeft alles, je leert de lokale bouwers de nieuwste technieken, je koopt het beste materiaal en je zorgt voor een stevig fundament.

Maar op de dag dat je de sleutel overhandigt, blijkt het huis niet bestand tegen de eerste de beste storm. Zo voelt de samenwerking met het Afghaanse leger en de politie voor veel betrokkenen vandaag de dag. Het was een missie vol ambitie, met enorme budgetten en duizenden uren training, maar met een afloop die niemand had durven dromen. In dit artikel blikken we terug op deze complexe erfenis, zonder blad voor de mond en met een scherp oog voor de feiten.

De start: een missie met grote ambities

Na de aanslagen op 11 september 2001 veranderde de wereld. De inval in Afghanistan was het begin van een internationale operatie die twintig jaar zou duren. Het doel was helder: Al-Qaeda ontmantelen en de Taliban verdrijven.

Maar dat was niet genoeg. Om te voorkomen dat het land opnieuw in chaos zou verzinken, was een stabiele eigen overheid nodig.

Dat betekende een leger en een politie die voor zichzelf konden zorgen. Hier kwam de zogenaamde TAS-aanpak in beeld: Trainen, Adviseren en Ondersteunen.

Nederland was hier, vooral tussen 2003 en 2011, een serieuze speler in. Met name in de provincie Uruzgan was de aanwezigheid groot. Denk aan eenheden van het Korps Commandotroepen en logistieke experts.

In totaal werden er meer dan 4.000 Nederlandse militairen ingezet. Maar de financiële investering was minstens zo groot: de Nederlandse bijdrage aan de ISAF-missie liep in de miljarden, met een totaalbedrag van ongeveer 8,7 miljard euro.

Dit geld werd gebruikt voor trainingen, materiaal en de opbouw van infrastructuur.

Het hart van de missie: trainen op locatie

De samenwerking gebeurde niet op afstand. Nederlandse militairen en politieagenten stonden letterlijk naast hun Afghaanse collega’s.

Een centrale plek in deze training was het Afghan National Police Academy (ANPA) in Kabul.

Hier werden duizenden politieagenten opgeleid, vaak met westerse lesmethoden. Naast de politie was er veel aandacht voor het leger. Er werden speciale trainingscentra opgezet voor disciplines zoals mortiergeschut, mijnbestrijding en tactiek.

Cijfers die tellen: de groei van de veiligheidsdiensten

Een belangrijk onderdeel van de training was het aanleren van normen en waarden. 'Human rights training' was geen optionele cursus, maar een vast onderdeel van het programma. Het idee was simpel: een leger en politie die mensenrechten respecteren, krijgen meer steun van de bevolking. Dit was cruciaal in een land waar vertrouwen in autoriteiten schaars is.

De resultaten op papier waren in de beginjaren indrukwekkend. Kijkend naar de cijfers van het Afghaanse leger en de politie, was er sprake van een explosieve groei.

  • 2003: Het Afghaanse leger telde ongeveer 8.000 man. De politie had een sterkte van circa 16.000 agenten.
  • 2011: Het leger was gegroeid naar meer dan 100.000 soldaten. De politie zat op ruim 80.000 agenten.

Deze groei was nodig om de veiligheid in het land te garanderen. Er werden nieuwe bases gebouwd, voertuigen aangeschaft en communicatieapparatuur geïnstalleerd.

De bedoeling was dat de Afghaanse veiligheidsdiensten uiteindelijk de verantwoordelijkheid volledig zouden overnemen. Dit proces werd de 'transitie' genoemd.

De harde realiteit: uitdagingen en obstakels

Hoewel de cijfers er mooi uitzagen, was de dagelijkse praktijk weerbarstig. De samenwerking liep niet overal soepel.

Een van de grootste problemen was corruptie. Het kwam voor dat geld dat bestemd was voor salarissen of materiaal, verdween in de zakken van tussenpersonen of lokale leiders. Dit ondermijnde het vertrouwen van de bevolking in de nieuwe politie en het leger.

Een ander groot probleem was de infrastructuur. Afghanistan is een bergachtig land met weinig verharde wegen.

Voor onze Nederlandse voertuigen was het soms onmogelijk om op tijd ter plekke te zijn.

De logistiek was een dagelijkse strijd. Daarnaast was er het probleem van de 'attrition rate'. Dit is het percentage soldaten dat voortijdig stopt, desertieert of omkomt. In Afghanistan was dit percentage hoog.

De rol van de Taliban

Veel rekruten waren jong, onervaren of zagen dienen niet zitten vanwege de enorme risico’s. Je kunt het Afghaanse leger en de politie niet beschrijven zonder de tegenstander te noemen.

De Taliban was geen zwakke verzetsgroep; het was een veerkrachtige organisatie met een eigen netwerk. Ze wisten constant druk uit te oefenen op de nieuwe veiligheidsdiensten. Waar het leger sterker werd, paste de Taliban haar tactiek aan.

Dit zorgde voor een continue stroom van aanvallen, aanslagen en infiltratie. Het was een strijd om de harten en geesten van de bevolking, en soms leek het alsof de Taliban hierin slimmer speelde.

De transitie: van leiden naar ondersteunen

Rond 2011 veranderde de missie. De focus verschoof van directe gevechtsoperaties naar ondersteuning.

De officiële naam veranderde van ISAF naar Resolute Support als opvolgmissie. Het doel was duidelijk: de Afghaanse veiligheidsdiensten moesten het roer volledig overnemen.

Nederland bleef betrokken, maar op een andere manier. Het programma heette voortaan 'Support to Security Forces' (SfS). De nadruk lag nu op 'Train-Maintain-Operate' (TMO). Dit hield in dat Afghaanse eenheden niet alleen leerden vechten, maar ook hoe ze hun eigen materiaal moesten onderhouden en logistiek moesten regelen.

De Nederlandse bijdrage aan deze fase bedroeg ongeveer 1,6 miljard euro. Het ging erom dat de Afghanen zelfredzaam werden, zonder dat er constant westerse adviseurs naast ze stonden.

De Afghaanse Nationale Politie (ANP): een kwetsbare schakel

Hoewel het leger sterker werd, bleef de politie een zorgenkindje. De Afghaanse Nationale Politie (ANP) groeide weliswaar naar meer dan 80.000 agenten, met specialisaties in recherche, verkeer en grensbewaking, maar de kwaliteit liet te wensen over. De uitdagingen voor de ANP waren groot.

Agenten kregen vaak te weinig salaris, wat corruptie in de hand werkte. De training was korter dan die van het leger, en de uitrusting was minder goed.

In veel dorpen werd de politie niet gezien als een beschermende instantie, maar als een bron van uitbuiting.

Dit was een hardnekkig probleem dat niet snel opgelost werd, ondanks extra trainingen en beter management.

De terugtrekking en het einde van een tijdperk

In augustus 2021 kwam er een einde aan de internationale aanwezigheid. De terugtrekking verliep chaotisch en snel.

Binnen enkele weken stortte het systeem in elkaar dat twintig jaar lang was opgebouwd. De cijfers spraken boekdelen. Het Afghaanse leger, dat ooit meer dan 100.000 man sterk was, verdween als sneeuw voor de zon. Veel soldaten gaven zich over of vluchtten, simpelweg omdat ze geen munitie, loon of steun meer hadden vanuit de lucht.

De wapens en voertuigen die jarenlang waren ingezet, vielen in handen van de Taliban. De huidige situatie is er een van stilstand en angst.

De veiligheidsdiensten zoals we die kenden, zijn opgeheven of geïntegreerd in de nieuwe machtsstructuur.

De investeringen in training en materiaal zijn grotendeels verloren gegaan. Het vertrouwen in de overheid is verder afgenomen, en de mensenrechten staan onder druk.

Een erfenis van lessen

Terugkijkend op de samenwerking met het Afghaanse leger en de politie, blijft een gemengd gevoel overheersen. Enerzijds is er de realisatie dat er in twintig jaar tijd nooit een perfect functionerende staat kan ontstaan in een land dat verscheurd wordt door tribalisme en oorlog.

Anderzijds zijn er lessen getrokken die waardevol zijn voor toekomstige missies. De samenwerking liet zien dat cijfers niet alles zijn.

Het opbouwen van een leger gaat niet alleen om het aantal soldaten, maar om leiderschap, logistiek en steun van de bevolking. De corruptie en de zwakke infrastructuur bleken hardnekkige obstakels die niet met geld alleen zijn op te lossen. Hoewel de missie in Afghanistan eindigde zoals niemand had gewild, blijft de kennis die is opgedaan relevant.

De ervaringen van Nederlandse militairen en politieagenten, de successen en de fouten, vormen een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de internationale samenwerking. Het is een verhaal van ambitie en realiteit, van cijfers en gevoel, en van een erfenis die nog lang naplatst.

Veelgestelde vragen

Wat was de belangrijkste doelstelling van de Nederlandse missie in Afghanistan?

De Nederlandse missie in Afghanistan was gericht op het versterken van de Afghaanse veiligheidsdiensten, met name het leger en de politie. Door middel van training, advisering en ondersteuning werd geprobeerd een stabiele eigen overheid te creëren en de chaos na de aanslagen van 11 september te voorkomen, waardoor het land minder kwetsbaar zou worden voor instabiliteit.

Welke rol speelde het Afghan National Police Academy (ANPA) in de Nederlandse trainingsaanpak?

Het Afghan National Police Academy (ANPA) in Kabul was een cruciale locatie voor de Nederlandse trainingen. Hier werden duizenden Afghaanse politieagenten opgeleid, vaak met westerse lesmethoden, met als doel hen te voorzien van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om hun land te beschermen en de rechtsorde te handhaven.

Waarom was 'human rights training' zo belangrijk in het Nederlandse programma voor de Afghaanse veiligheidsdiensten?

De 'human rights training' was een vast onderdeel van het programma, omdat het werd gezien als essentieel voor het opbouwen van vertrouwen in de Afghaanse veiligheidsdiensten bij de bevolking. Door te focussen op mensenrechten hoopten de Nederlanders dat het leger en de politie meer steun zouden krijgen, wat cruciaal was in een land waar vertrouwen in autoriteiten beperkt was.

Hoe groot was de financiële investering van Nederland in de Afghaanse missie?

De Nederlandse bijdrage aan de ISAF-missie in Afghanistan bedroeg ongeveer 8,7 miljard euro, wat werd besteed aan trainingen, materiaal en de opbouw van infrastructuur. Dit aanzienlijke bedrag onderstreept de ambitie en de omvang van de Nederlandse betrokkenheid bij de stabilisatie van Afghanistan.

Wat was de uiteindelijke uitkomst van de Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan?

Ondanks jarenlange training en investeringen, stortte de Afghaanse politie uiteindelijk in tijdens de Slag om Kabul in 2021. De Taliban heroverde het land, wat een tragische afloop was van een missie die begon met optimisme en grote ambities, maar uiteindelijk niet tot een duurzame stabiliteit leidde.

Portret van Jeroen van Dijken, oorlogshistoricus over VN-vredesmissies.
Over Jeroen van Dijken

Jeroen is een expert op het gebied van Nederlandse betrokkenheid bij VN vredesoperaties.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Afghanistan missie Uruzgan
Ga naar overzicht →