Moeders van Srebrenica en hun juridische strijd

Portret van Jeroen van Dijken, oorlogshistoricus over VN-vredesmissies.
Jeroen van Dijken
Oorlogshistoricus gespecialiseerd in VN-missies
Srebrenica en Balkan missies · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je even voor: het is juli 1995. Je woont in een klein stadje in Bosnië, omringd door bergen.

De VN hebben beloofd dat je veilig bent. Ze hebben een 'veilige zone' gemaakt. Maar dan klappt de poort open en komen de troepen van generaal Ratko Mladić binnen.

Wat er daarna gebeurt, is een van de donkerste bladzijden in de Europese geschiedenis.

Meer dan 8.000 Bosnische mannen en jongens worden systematisch vermoord. Tienduizenden vrouwen en kinderen vluchten weg, naar Tuzla, zonder hun vaders, broers of zonen. Uit deze enorme pijn en het verlies ontstond een groep die niet meer weg te denken is: de Moeders van Srebrenica. Hun strijd is niet alleen emotioneel, maar vooral een juridische marathon die tot ver buiten de Balkan wordt gevoerd.

De val van een veilige zone

In de zomer van 1995 was Srebrenica een plek onder bewind van de Verenigde Naties. Het was een 'safe area', bedoeld om burgers te beschermen.

Toch ging het gruwelijk mis. De troepen van Mladić, gesteund door de Republiek Servië, vielen de stad binnen.

De Nederlandse vredesmacht, de Dutchbat, was aanwezig maar kon de massa moord niet voorkomen. De evacuatie naar Tuzla verliep in paniek. De Milice controleerden de uitgangsposten.

Mannen en jongens werden gescheiden van de vrouwen en kinderen. Ze werden op bussen gezet, weggevoerd naar onbekende locaties. Velen zouden nooit meer thuiskomen. De vrouwen die wél in leven bleven, begonnen een zoektocht die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Hoe de groep ontstond

Na de val van de stad en de ontdekking van de massagraven in Potočari, begonnen de vrouwen zich te organiseren.

Eerst in kleine, informele groepen. Ze wilden weten waar hun mannen en zonen waren. In 1998 werd dit officieel: de ‘Moeders van Srebrenica’ (in het Servisch: Djevojke srebrenice). De groep bestaat uit ongeveer 600 vrouwen, afkomstig van verschillende etnische achtergronden, maar verenigd door een gemeenschappelijke pijn.

Het zijn weduwen en moeders die hun geliefden nooit hebben zien terugkeren. Hun doel was simpel maar zwaar: zoektocht naar de overblijfselen, gerechtigheid voor de daders en erkenning van het leed.

De zoektocht naar overblijfselen

De zoektocht naar de lichamen was een hel. De daders hadden hun sporen proberen uit te wissen.

Massagraven werden verplaatst naar secundaire graven om bewijsmateriaal te vernietigen. De moeders protesteerden bij de autoriteiten, organiseerden marsen en eisten toegang tot de gebieden. Het duurde jaren voordat de eerste overblijfselen werden gevonden.

In 1996 werden de eerste lichamen geborgen, maar de identificatie was moeilijk. Door de systematische verbranding en verstrooiing van lichamen was het forensisch werk extreem complex.

Toch gaven de moeders niet op. Ze leverden DNA-materiaal aan en herinnerden experts aan specifieke kenmerken van hun zonen, zoals vullingen of littekens.

De juridische strijd in Den Haag

De moeders wilden niet alleen weten wat er was gebeurd, maar ook dat de daders werden gestraft. Hun juridische reis bracht hen naar de internationale rechtbanken in Den Haag.

In 2011 spanden ze een zaak aan tegen de Republiek Servië bij het Internationale Strafhof (ICC). Ze beweerden dat Servië medeplichtig was aan de genocide door de daders te steunen en de identificatie van slachtoffers te belemmeren. In 2016 kwam er een belangrijk oordeel.

De uitspraak van het ICC

Het ICC oordeelde dat Servië niet direct verantwoordelijk was voor de moorden zelf, maar wel voor het nalaten van actie.

Het hof concludeerde dat Servië had nagelaten te doen wat nodig was om de genocide te voorkomen en om de daders te straffen. Dit was een juridische overwinning voor de moeders. Het zette de internationale gemeenschap onder druk om samen te werken met Servië en Bosnië bij het oplossen van de zaak. Het was een erkenning dat de juridische gevolgen van Srebrenica voor de moeders niet onopgemerkt mochten blijven.

Forensisch speurwerk: DNA en herinneringen

De identificatie van de slachtoffers is nog steeds gaande. Het is een zwaar proces, zowel voor de experts als voor de families.

Forensisch specialisten gebruiken tegenwoordig geavanceerde DNA-technieken. Ze vergen botfragmenten uit de aarde en matchen deze met bloedmonsters van overlevende familieleden. Omdat veel lichamen zijn verbrand of in stukken zijn geslagen, is dit niet eenvoudig.

Maar de resultaten zijn indrukwekkend: meer dan 90 procent van de slachtoffers is inmiddels geïdentificeerd.

Voor de moeders betekent elke geïdentificeerde zoon een klein stukje rust. Het stelt hen in staat hun dierbaren waardig te begraven en een plek te geven om te rouwen.

Psychologische impact en steun

De impact op de psyche van de vrouwen is enorm. Ze zijn getuige geweest van onmenselijk geweld en hebben hun familie zien verdwijnen.

De zoektocht naar overblijfselen is een herhalend trauma. Steeds weer worden ze geconfronteerd met de gruwelijke details van de moorden die volgden op de val van Srebrenica in 1995. Organisaties zoals de 'Srebrenica Fund' en de 'Association of Mothers of Srebrenica' bieden psychologische hulp. Herstel is een lang proces vol tegenslagen, maar de vrouwen werken hard aan het opbouwen van een toekomst waarin de herinnering aan hun zonen levend blijft.

De rol van de internationale gemeenschap

De strijd van de moeders is niet alleen lokaal; het is een zaak voor de hele wereld. De VN en de Europese Unie (EU) hebben een cruciale rol gespeeld.

De EU verstrekt financiële steun aan Bosnië en Herzegovina voor herstelprojecten. De Europese Commissie heeft plannen aangenomen om de herinnering aan Srebrenica te bevorderen en nieuwe misdaden te voorkomen.

De veroordeling van Mladić

Zonder deze druk en steun was het moeilijk geweest om de juridische stappen vooruit te zetten. Een groot moment was in 2017, toen Ratko Mladić werd veroordeeld door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Hij kreeg levenslange gevangenisstraf voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Voor de moeders was dit een dag van rechtvaardigheid. Het was het bewijs dat niemand boven de wet staat, hoe machtig hij ook lijkt. Hoewel het hun geliefden niet terugbrengt, geeft de veroordeling een gevoel van erkenning.

Herdenking en de toekomst

Elk jaar op 11 juli keert de wereld terug naar Srebrenica. In Potočari, bij het monument en de begraafplaats, wordt de genocide in Srebrenica met de feiten en cijfers herdacht.

De Moeders van Srebrenica spelen hier een centrale rol. Ze leggen bloemen neer op de graven van hun zonen en mannen. Het is een dag van verdriet, maar ook van vastberadenheid.

De herdenking is er niet alleen om stil te staan bij het verleden, maar ook om de nieuwe generaties te waarschuwen.

Het verhaal van de moeders leert ons dat gerechtigheid lang kan duren, maar dat opgeven geen optie is. Hun moed en doorzettingsvermogen zijn een lichtend voorbeeld voor de hele wereld.

Portret van Jeroen van Dijken, oorlogshistoricus over VN-vredesmissies.
Over Jeroen van Dijken

Jeroen is een expert op het gebied van Nederlandse betrokkenheid bij VN vredesoperaties.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Srebrenica en Balkan missies
Ga naar overzicht →